De zorgvraag groeit, terwijl het aantal beschikbare zorgprofessionals niet in hetzelfde tempo meegroeit. Tegelijkertijd willen we dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Dat vraagt de komende jaren om een andere manier van denken én organiseren.
Maar hoe ziet die thuiszorg er over ongeveer tien jaar dan uit?
Voor de Dag van de Thuiszorg vroegen we Minke van der Veen, Directeur Thuis en Herstel, van Zorggroep Oude en Nieuwe Land om vooruit te kijken naar 2035. We legden haar drie mogelijke ontwikkelingen voor. Zelf voegde ze er nog twee aan toe die volgens haar minstens zo belangrijk zijn.
Meer zorg op centrale plekken
Stelling: In 2035 vindt een groter deel van de zorg plaats op centrale locaties in plaats van bij mensen thuis.
Volgens Minke zal dit inderdaad voor een deel van de zorg gebeuren.
“Periodieke verpleegkundige handelingen, consultaties, controles, diagnostiek, herstelzorg en vormen van ziekenhuisverplaatste zorg zullen vaker worden georganiseerd vanuit centrale zorgpunten, herstelcentra of wijkgerichte voorzieningen. Hierdoor hoeft niet voor ieder zorgmoment een medewerker naar huis te reizen en kunnen schaarse professionals efficiënter worden ingezet.
Tegelijkertijd blijft thuis de voorkeursplek voor wonen en leven. Het uitgangspunt voor 2035 is dat mensen zo lang mogelijk thuis blijven wonen, met zorg dichtbij huis waar dat kan en thuis waar dat moet.”
Technologie wordt een vast onderdeel van iedere cliëntreis
Stelling: Technologie en AI nemen steeds meer taken over.
Daar is Minke duidelijk over: ja, dit gaat gebeuren.
“Zonder een forse opschaling van technologie en AI is de toekomstige zorgvraag simpelweg niet meer uitvoerbaar. Technologie wordt een vast onderdeel van iedere cliëntreis en ondersteunt cliënten, naasten en professionals bij monitoring, communicatie, signalering, administratie, planning en besluitvorming.
AI, beeldzorg, sensoren, monitoring op afstand en slimme hulpmiddelen maken het mogelijk dat mensen langer zelfstandig thuis wonen en dat professionals hun tijd kunnen besteden aan situaties waarin menselijk contact en deskundigheid echt nodig zijn. Technologie vervangt de zorgprofessional niet, maar wordt een onmisbare voorwaarde om de zorg toegankelijk te houden.”
De omgeving krijgt een grotere rol
Stelling: Mantelzorgers, naasten en vrijwilligers nemen een groter deel van de ondersteuning op zich.
Ook die ontwikkeling verwacht Minke richting 2035.
“Door de groeiende zorgvraag en de beperkte beschikbaarheid van zorgprofessionals zal een groter deel van de ondersteuning worden geleverd door mantelzorgers, familie, buren en vrijwilligers. Het sociale netwerk krijgt een grotere rol bij welzijn, dagelijkse ondersteuning en het behouden van zelfstandigheid.
Dit vraagt tegelijkertijd om betere ondersteuning van mantelzorgers en verdere ontwikkeling van zorgzame gemeenschappen.”
Naast deze drie ontwikkelingen ziet Minke nog twee belangrijke veranderingen die volgens haar niet mogen ontbreken als we naar de thuiszorg van 2035 kijken.
De wijkverpleging krijgt een sterkere regierol in de keten
Stelling: De wijkverpleging ontwikkelt zich van zorgverlener naar regisseur van zorg en ondersteuning in de wijk.
“De wijkverpleging wordt de verbindende schakel tussen cliënt, mantelzorger, huisarts, ziekenhuis, specialist ouderengeneeskunde, welzijnsorganisaties en verblijfszorg.
Naarmate meer ouderen langer thuis wonen en zorgvragen complexer worden, groeit de behoefte aan een partij die vroegtijdig signaleert, coördineert, preventief handelt en de juiste zorg op het juiste moment organiseert. De wijkverpleging speelt daarom een cruciale rol in de totale zorgketen. Daarmee wordt de wijkverpleegkundige steeds meer de regisseur van passende zorg in de thuissituatie.”
Meer verschillende functies en achtergronden
Stelling: In 2035 werken er meer verschillende functies, opleidingsniveaus en achtergronden binnen de wijkverpleging dan nu.
Ook de samenstelling van de arbeidsmarkt zal volgens Minke veranderen.
“De arbeidsmarkt van de toekomst vraagt om meer differentiatie in rollen, taken en opleidingsachtergronden. Niet iedere ondersteuningsvraag vereist een verpleegkundige of verzorgende. Daarom zullen binnen de wijkverpleging meer professionals met uiteenlopende expertise werkzaam zijn, zoals zorgondersteuners, welzijnsmedewerkers, leefstijlcoaches, technologiecoaches, ervaringsdeskundigen en medewerkers met een achtergrond in het sociaal domein.
Tegelijkertijd ontstaat meer ruimte voor hybride functies, taakdifferentiatie en een skillsgerichte arbeidsmarkt. Hierdoor kunnen verpleegkundigen zich nadrukkelijker richten op complexe zorg, coördinatie en klinische besluitvorming, terwijl andere professionals bijdragen aan ondersteuning, preventie en het versterken van zelfredzaamheid.”
Van zorg leveren naar gezondheid en zelfstandigheid organiseren
Als we deze ontwikkelingen bij elkaar brengen, verandert er richting 2035 dus meer dan alleen de plek waar zorg wordt verleend of de technologie die daarbij wordt gebruikt.
Minke vat het als volgt samen:
“De wijkverpleging van 2035 levert niet alleen zorg, maar organiseert gezondheid en zelfstandigheid. Zorg wordt waar mogelijk geconcentreerd op centrale locaties, technologie wordt een vanzelfsprekend onderdeel van de ondersteuning, mantelzorg en de samenleving krijgen een grotere rol, de wijkverpleging ontwikkelt zich tot regisseur van de keten en de arbeidsmarkt wordt breder, diverser en meer gebaseerd op vaardigheden dan op traditionele functiegrenzen.”
De thuiszorg van 2035 ziet er daarmee waarschijnlijk anders uit dan die van vandaag. Maar één ding blijft centraal staan: goede en toegankelijke zorg organiseren voor mensen die thuis wonen, met de beschikbare mensen en middelen.
Met dank aan Minke van der Veen van Zorggroep Oude en Nieuwe Land voor haar bijdrage en blik op de toekomst van de thuiszorg.